Vier tips om afbeeldingen SEO-vriendelijk te maken

AfbeeldingenGrote kans dat je bij het horen van het woord zoekmachineoptimalisatie (SEO) waarschijnlijk direct aan het optimaliseren van je teksten denkt. Goed geoptimaliseerde teksten worden beter door Google gewaardeerd en geïndexeerd, en dat resulteert in een hogere positie in de zoekresultaten. Absoluut waar, maar dat is slechts een deel van het verhaal. SEO heeft niet alleen betrekking op je teksten, maar op al je content: foto’s, afbeeldingen, video’s, geluidsfragmenten, downloadbare bestanden, en ga zo maar door. In deze blog ga ik in op de vraag hoe je je foto’s en andere afbeeldingen SEO-vriendelijk kunt maken. Daarvoor geef ik vier tips.

1. Alt- en title-tag toevoegen

De alt-tag is een attribuut die aan afbeeldingen toegevoegd kan worden. De alt-tag heeft twee doelen. In de eerste plaats geeft het stukje HTML-code aanvullende informatie aan Google wat er op een afbeelding te zien is: crawlers ‘zien’ niks, ze lezen alleen de broncode. Het geeft dus een omschrijving van de afbeelding. Daar bovenop heeft het ook een toegevoegde waarde waar slechtzienden: met behulp van speciale software kan een browser de afbeelding lezen en de gebruiker letterlijk vertellen wat er te zien is.

Het tweede doel van de alt-tag heeft met de weergave en gebruiksvriendelijkheid te maken. Stel dat om wat voor reden dan ook een afbeelding niet geladen kan worden (of deze functionaliteit is uitgeschakeld door gebruikers). Dan verschijnt er een kader met een kruisje in de hoek op de pagina. Als je een alt-tag hebt ingevoerd, dan verschijnt deze tekst in het kader van de afbeelding. Zo weten bezoekers wat er te zien zou zijn als de afbeelding wel geladen zou zijn.

Niet iedere browser behandelt de alt-tag op dezelfde manier. Als je met Internet Explorer surft en je gaat met je muis over een afbeelding, dan verschijnt de alt-tekst in beeld. Als je datzelfde bij andere browsers als Firefox, Chrome en Opera wilt bereiken, moet je naast de alt-tag ook de title-tag invoeren.

Hoe voeg je een alt- of title-tag toe aan een foto? Maak je gebruik van een content managementsysteem (cms), dan kun je deze attributen in de daarvoor bestemde velden invullen zodra je een afbeelding aan tekst of bibliotheek toevoegt. Werk je met HTML, dan voeg je deze tags aan de code toe. Deze ziet er dan als volgt uit:

Alt- en title-tag in HTML

Belangrijk is dat je je belangrijkste keywords aan zowel de alt- als title-tag toevoegt. SEO-trucs zijn tot op zekere hoogte ook toepasbaar op afbeeldingen. Zet je belangrijkste keyword(s) vooraan, wees kort en krachtig (geen overbodige keywords toevoegen) en beperk jezelf tot maximaal 125 karakters. Gebruik je meer tekens, dan laat de crawler de alt- en title-tag links liggen.

2. Bestandsnaam optimaliseren

Je bent ze vast meer dan eens op internet tegengekomen: foto’s met de bestandsnaam DSC_00295.jpg of IMG_387921.jpg. Dat zijn volstrekt onbruikbare bestandsnamen voor het internet: zowel de bezoeker als Google heeft geen idee wat er op de foto te zien is.  De bestandsnaam ‘paardenbloem.jpg’ laat geen ruimte voor twijfel: dat is een bloem die we in de natuur tegenkomen.

Om dezelfde reden als bij de alt- en title-tag geldt hier dat dat je de belangrijkste keywords in de bestandsnaam verwerkt en je je (voor de leesbaarheid) beperkt tot 3 of 4 keywords. Mocht je meerdere keywords in je bestandsnaam verwerken, gebruik dat geen spatie, underscore (_) of plusteken (+) om de woorden van elkaar te scheiden. SEO-experts stellen dat een koppelteken of minnetje (-) de beste methode is. Voorbeeld: ‘paardenbloem-in-achtertuin.jpg’ of ‘frankwatching-logo.jpg’.

3. Bestandsgrootte comprimeren

Gecomprimeerde foto’s en afbeeldingen hebben verschillende voordelen. Ze nemen minder bandbreedte in beslag, wat in het meest positieve geval tot een kostenbesparing bij je hostingprovider kan leiden. Maar nog belangrijker is dat pagina’s sneller geladen als je ze oproept. Een lagere laadtijd is fijn voor de bezoeker van je site, maar is tevens een van de naar schatting 200 SEO-factoren van Google. Hoe lager de laadtijd van een pagina, des te gebruiksvriendelijker dit is voor bezoekers en dus des te hoger de waardering van Google. It’s all connected.

Bestanden comprimeren kan met de meeste fotobewerkingsprogramma’s. In Photoshop doe je dit door een bestand op te slaan als .jpg. Ga naar File, Save as, selecteer JPEG als bestandsextensie en geef je bestand een naam. Daarna verschijnt er een venster in beeld waar je de kwaliteit kunt instellen van ‘low’ tot ‘maximum’ (0 tot 12). Welke kwaliteit je kiest verschilt per afbeelding. Mijn advies: kies een kwaliteit waarbij je afbeelding op of rond de 100 Kb is.

Een tweede manier om foto’s te comprimeren met Photoshop, is door de afmetingen van de afbeelding aan te passen. Halveer je foto en de bestandsgrootte neemt flink af. Dat doe je door te klikken op Image, Image Size, en dan de Pixel Dimensions of Document Size aan te passen. Om te voorkomen dat je afbeelding er raar gaat uitzien, moet je Scale Styles en Constrain Proportions inschakelen (zie onder in het venster).

Beschik je niet over Photoshop, geen nood: foto’s comprimeren kan ook met Paint, Word, of een van de online tools.

4. Context toevoegen

De laatste tip gaat over de context van afbeeldingen. Met bestandsnamen en alt- en title-tags proberen we Google te vertellen wat er op de foto te zien is. Maar om Google een nog beter beeld te geven, kun je proberen om met zo veel mogelijk tactieken een tekstuele beschrijving van de context te geven. Matt Cutts heeft in het verleden diverse tips gegeven om tekstuele context toe te voegen aan afbeeldingen: het toevoegen van galerijnamen en metadata, onderschriften schrijven (caption), linkbuilding en het inschakelen van de optie om reacties achter te laten. Bekijk hieronder de volledige video.

Conclusie

Ik hoop dat je met deze tips zelf aan de slag kunt. Heb je nog vragen of opmerkingen, laat dan vooral een reactie achter.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedIn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *